18 oktober 2021
Werken via een platform: is er sprake van een arbeidsovereenkomst?

Onlangs schreef collega Annemiek Poortman een column voor Flexnieuws over werken via digitale platforms: 

De laatste tijd komt de vraag vaker voor de rechter: is er sprake van een arbeidsovereenkomst bij gebruik van een digitaal platform om werknemers in contact te brengen met klanten?

In de Uber uitspraak van 13 september 2021 oordeelde de Rechtbank van wel. Daar werden de chauffeurs geacht te werken op basis van een arbeidsovereenkomst met Uber. Een week later stond bij het Gerechtshof Amsterdam opnieuw de vraag centraal hoe het werken via online platform Helpling, dat vraag en aanbod naar schoonmaakdiensten samenbrengt, moet worden gekwalificeerd. Hebben de schoonmakers een arbeids- of uitzendovereenkomst? En zo ja met wie?

 

Kwalificatie arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst

Om van een arbeidsovereenkomst (art. 7:610 BW) te spreken, moet aan drie voorwaarden zijn voldaan. De werknemer voert (persoonlijk) arbeid uit tegen betaling van loon en onder gezag van de werkgever. Kortom: arbeid, loon en gezag. De Hoge Raad heeft in november 2020 in het arrest X/Amsterdam geoordeeld dat een overeenkomst wordt aangemerkt als een arbeidsovereenkomst, als de inhoud van de overeenkomst voldoet aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst. De bedoeling van partijen speelt bij deze kwalificatie geen rol.

Een uitzendovereenkomst is ook een arbeidsovereenkomst (7:690 BW), maar dan een bijzondere. Er is sprake van een driehoeksverhouding, waarbij de werknemer door de werkgever in het kader van de uitoefening van het bedrijf van de werkgever ter beschikking wordt gesteld aan een derde (de inlener) om daar arbeid onder gezag van die derde te verrichten.

 

Helpling

Helping biedt een online platform waarop schoonmakers zich kunnen aanbieden en waar huishoudens op zoek kunnen naar een voor hen geschikte schoonmaker. Helpling heeft een kleine rol in de selectie van de schoonmaker door de identiteitsgegevens van de schoonmaker te controleren. De uiteindelijke selectie van de schoonmaker doet het huishouden op basis van het opgestelde profiel en het tarief van de schoonmaker.

De kantonrechter was in eerste aanleg van oordeel dat tussen de schoonmakers en Helping geen arbeids- of uitzendovereenkomst bestond. Wel bestond een arbeidsovereenkomst tussen de schoonmakers en de huishoudens. Het Gerechtshof Amsterdam zet daar nu een streep door en beoordeelt de verhouding tussen de schoonmakers en Helping als een uitzendovereenkomst op grond van art. 7:690 BW. Laten we die beoordeling nader bekijken aan de hand van de drie elementen arbeid, loon en gezag.

 

Arbeid

Het Hof stelt vast dat de werkzaamheden persoonlijk door de schoonmaker ten behoeve van het huishouden worden verricht. Helpling heeft geen inzicht of de arbeid wordt verricht en/of op welke wijze. Dit bemoeilijkt de kwalificatie van een arbeidsovereenkomst met Helpling nu het ontbreekt aan direct gezag en zij geen materiele werkgeversrol lijkt uit te oefenen.

 

Loon

Ook bij de vaststelling van de hoogte van de beloning had Helpling nauwelijks zeggenschap. Zij stelde weliswaar een ondergrens aan het tarief en gaf de schoonmakers advies over het tarief, maar de uiteindelijke hoogte werd – met een grote mate van vrijheid – vastgesteld door het huishouden en de schoonmaker. Ook dit punt pleit nog voor een arbeidsovereenkomst tussen de huishoudens en de schoonmaker.

Belangrijk in deze kwestie is echter dat de beloning niet rechtstreeks van de huishoudens aan de schoonmaker wordt betaald, maar dat hiervoor een door Helpling verplicht gesteld betalingsplatform moet worden gebruikt. Helpling ontvangt een percentage van de  vergoeding. Het feit dat de betaling niet rechtstreeks geschiedt, maar via Helpling, doet afbreuk aan de kwalificatie arbeidsovereenkomst tussen schoonmaker en huishouden.

 

Gezag

De vraag of er sprake is van een gezagsverhouding, is nog steeds het meest kenmerkende criterium bij het onderscheid tussen een arbeidsovereenkomst en een andere arbeidsrelatie. Daarmee is dit beslissend voor de vraag of sprake is van ‘werknemer’, ‘uitzendkracht’ of (bijvoorbeeld) een zelfstandige zonder personeel (zzp-er). Het speelt bij de beoordeling zelfs een sleutelrol. Als gezegd, heeft Helpling op de werkvloer geen invloed of leiding en toezicht op de arbeid. Die ligt volledig bij de huishoudens. Zij bepalen de werkzaamheden, de schoonmaakmiddelen en de werkwijze. Anderzijds lijkt het Hof de formele werkgeversrol wel aan Helpling toe te kennen. De betaling (van reguliere loonbetalingen) vindt plaats op een wijze die door Helpling wordt voorgeschreven. De formele gezagsrelatie, dat wil zeggen de wijze waarop de werkzaamheden van een schoonmaker ten behoeve van een huishouden bedrijfsmatig zijn ingebed, wordt daarmee voor een belangrijk deel bepaald door Helpling. Verder benoemt het Hof nog dat Helpling de huishoudens niet stimuleert om een werkgeversrol aan te nemen. Door de huishoudens wordt geen loon betaald bij ziekte, of een transitievergoeding bij vertrek.

 

Kwalificatie uitzendovereenkomst

Bij de kwalificatie van deze verhouding overwoog het Hof dat er sprake is van arbeid: namelijk de door de schoonmakers verrichte schoonmaakwerkzaamheden. Verder wordt over de schoonmakers gezag uitgeoefend: er is direct toezicht door het huishouden en er is formeel gezag door Helping. Tevens wordt er loon betaald. Hiermee is aan de vereisten van een ‘arbeidsovereenkomst’ voldaan. Het Hof oordeelde echter dat er geen sprake is van een gewone arbeidsovereenkomst tussen Helping en de schoonmakers, omdat de werknemers structureel ter beschikking worden gesteld aan inleners. Daarbij is het voor een arbeidsovereenkomst ongebruikelijk dat de werkgever geen enkel inzicht heeft in de door zijn werknemer verrichte arbeid. Daarnaast vinden de werkzaamheden altijd plaats onder toezicht en leiding van een inlener. De terbeschikkingstelling van schoonmakers geschiedt in het kader van de bedrijfsvoering van Helpling. De schoonmakers worden door Helpling ter beschikking gesteld om arbeid bij de huishoudens te verrichten via een opdracht van die huishoudens aan Helpling. Hiermee is voldaan aan de wettelijke vereisten die gelden voor het bestaan van een uitzendovereenkomst (7:690 BW).

Anderzijds oordeelt het Hof dat de werkwijze van Helping niet verenigbaar is met een arbeidsovereenkomst tussen de schoonmakers en de huishoudens. Er is weliswaar sprake van arbeid en gezag, maar de schoonmakers worden betaald via de door Helping voorgeschreven betalingsdienst. Ook het niet hoeven doorbetalen bij ziekte en het eenvoudig kunnen wisselen van schoonmaker voor de huishoudens, wijzen erop dat er geen arbeidsovereenkomst bestaat tussen de schoonmakers en de huishoudens. Overigens kun je je dan de vraag stellen of dit dan niet valt te kwalificeren als een vorm van payrolling. Deze kwalificatie gaat echter bij Helpling niet op. Kenmerkend voor payroll is het afwezig zijn van de allocatiefunctie, hetgeen bij Helpling juist kenmerkend kan worden genoemd. Zij brengen immers uit hoofde van het bedrijf vraag en aanbod bij elkaar middels een digitaal platform.

 

Uitspraak Uber

De uitspraak Helpling ligt in lijn met de recente uitspraak van de kantonrechter die oordeelde dat tussen de chauffeurs die via het digitale platform van Uber werken en Uber een arbeidsovereenkomst bestaat. Helpling en Uber beheren beiden een online platform waar vraag en aanbod naar een bepaalde dienst samen wordt gebracht. In dat kader is het opvallend dat de chauffeurs van Uber werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst en de schoonmakers van Helpling werkzaam zijn op basis van een uitzendovereenkomst.

Doorslaggevend verschil is dat in Helpling leiding en toezicht bij de huishoudens ligt, een derde in de zin van een uitzendovereenkomst, en anderzijds de betaling via Helpling geschiedt. Bij Uber wordt het werkgeversgezag juist aan Uber toegedicht nu zij middels een app en bijbehorend algoritme controle en gezag over de chauffeurs kan uitoefenen. De hedendaagse, door technologie beheerste tijd staat toe dat het criterium ‘gezag’ meer indirect (vaak digitaal) controlerende invulling krijgt. Werknemers zijn zelfstandiger geworden en verrichten hun werk op meer wisselende (zelfgekozen) tijden. Geoordeeld wordt dat in de verhouding tussen Uber en de chauffeurs sprake is van deze “moderne” gezagsverhouding.

Laatste woord

Hoewel er kanttekeningen zijn te plaatsen bij de beoordeling van het Hof in de Helpling uitspraak, kunnen we uit deze uitspraken afleiden dat de toekomst voor platformarbeid minder flexibel lijkt te worden. Het laatste woord lijkt dan ook nog niet gezegd over de arbeidsverhoudingen bij het gebruik van digitale platforms.

 

Vrijblijvend van gedachten wisselen?
Wilt  u weten wat er in uw situatie van toepassing is? Arbeidsovereenkomst, uitzendovereenkomst of overeenkomst van opdracht (ZZP-constructie)? Neem dan contact op met:

Annemiek Poortman, advocaat arbeidsrecht en specialist van het Right about NOW-team.
E-mail: poortman@marxman.nl / Telefoonnummer: 06 525 733 18</a