Voor bestuurders van rechtspersonen is het risico van persoonlijke aansprakelijkheid een reëel aandachtspunt. De wet kent verschillende grondslagen op basis waarvan een bestuurder onder omstandigheden aansprakelijk kan worden gehouden.
In deze bijdrage wordt kort stilgestaan bij de belangrijkste vormen van bestuurdersaansprakelijkheid, gevolgd door een aantal praktische aanbevelingen ter beperking van dit risico.
Vormen van bestuurdersaansprakelijkheid
In de praktijk wordt een onderscheid gemaakt tussen interne aansprakelijkheid, aansprakelijkheid in faillissement en aansprakelijkheid jegens derden.
Interne aansprakelijkheid
Onder interne aansprakelijkheid wordt verstaan de aansprakelijkheid van een bestuurder jegens de rechtspersoon. De meest voorkomende grondslag is onbehoorlijke taakvervulling, waarbij de interne taakverdeling binnen het bestuur een rol kan spelen. Andere voorbeelden zijn aansprakelijkheid in verband met dividenduitkeringen, de inkoop van eigen aandelen en kapitaalvermindering.
Voor onbehoorlijke taakvervulling is vereist dat aan de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Bestuurders zijn in beginsel collectief aansprakelijk, maar een individuele bestuurder kan zich disculperen door aan te tonen dat hem geen ernstig verwijt treft en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van de tekortkoming af te wenden.
Aansprakelijkheid bij faillissement
Bij faillissement van een besloten vennootschap is artikel 2:248 BW toepasselijk; bij een naamloze vennootschap artikel 2:138 BW. Lid 1 van deze artikelen bepaalt dat iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is voor het tekort in het faillissement, indien:
De curator kan het bestuur in voorkomende gevallen aansprakelijk stellen voor onbehoorlijk bestuur. Ook hier kan een bestuurder zich disculperen door aan te tonen dat de onbehoorlijke taakvervulling niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen. Daarnaast kan de rechter de aansprakelijkheid van een individuele bestuurder matigen, onder meer gelet op de duur van zijn functie als bestuurder.
Lid 2 van artikel 2:248 en 2:138 BW bevat een bewijsvermoeden: als het bestuur niet heeft voldaan aan de verplichtingen tot het voeren van een deugdelijke administratie of tot het tijdig deponeren van de jaarrekeningen, wordt onbehoorlijk bestuur aangenomen en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement vormt. Dit vermoeden is weerlegbaar, maar zal in de praktijk lastig te ontzenuwen zijn als het is gebaseerd op het ontbreken van een deugdelijke administratie.
Aansprakelijkheid jegens derden
Er zijn veel verschillende vormen van bestuurdersaansprakelijkheid jegens derden. Te denken valt bijvoorbeeld aan aansprakelijkheid als gevolg van een misleidende voorstelling in de jaarrekening (de zogenaamde balansaansprakelijkheid) of aansprakelijkheid voor achterstallige belastingen, sociale premies of pensioenpremies.
Een individuele schuldeiser kan een bestuurder ook aansprakelijk stellen voor de schade die hij heeft geleden op grond van onrechtmatige daad. Voor aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad geldt dat de bestuurder een ernstig verwijt moet treffen. Grofweg kan een onderverdeling worden gemaakt in twee categorieën:
Een voorbeeld van de eerste categorie is een bestuurder die goederen heeft besteld bij een leverancier, terwijl hij weet dat de rechtspersoon deze nooit kan betalen. Een voorbeeld van de tweede categorie is het verrichten van selectieve betalingen of het wegsluizen van vermogensbestanddelen.
9 praktische tips / aanbevelingen
Het risico op persoonlijke aansprakelijkheid kan nooit volledig worden uitgesloten, maar kan aanzienlijk worden beperkt door zorgvuldig handelen. Hieronder volgen enkele aanbevelingen ter beperking van het risico op bestuurdersaansprakelijkheid:
Ben je als bestuurder aansprakelijk gesteld of wil je dit juist voorkomen? Robbert Vriezen helpt je graag. Neem vandaag nog contact op voor persoonlijk advies.