A

In het geval van de WHOA wordt de reorganisatiewaarde verdeeld met inachtneming van de wettelijke rangorde. Deze rangorde wordt bepaald aan de hand van de gevestigde zekerheidsrechten. Hoger geplaatste schuldeisers (dus schuldeisers met voorang) krijgen hun geld eerst en pas daarna zullen de vorderingen van de volgende rang schuldeisers worden voldaan. Bij de WHOA staat een afwijking van de wettelijke rangorde een homologatie in de weg, dit wordt ook wel de absolute priority rule genoemd.

In het geval van faillissement worden schuldeisers naar rangorde uitbetaald. En die rangorde weer afhankelijk van het soort vordering. Er is onderscheid tussen boedelvorderingen, preferente vorderingen, concurrente vorderingen en achtergestelde vorderingen. Een achtergestelde schuldeiser wordt in faillissement achtergesteld in zijn positie als schuldeiser en wordt dus pas betaald nadat de concurrente schuldeisers zijn voldaan. Achtergestelde leningen hebben wel voorrang op aandeelhouders, vennotten of inbrengers. Door deze voorwaarden loopt de achtergestelde schuldeiser een groter risico dat zijn verstrekte lening niet wordt terugbetaald.

Een schuldenaar mag een bepaalde schuldeiser niet vrijwillig voortrekken ten koste van een ander. Als dit wel gebeurt, wordt dit Paulianeus handelen genoemd. Actie Pauliana is de bevoegdheid om rechtshandelingen van de schuldenaar te vernietigen die schuldeisers benadelen.

B

Onder specifieke voorwaarden kan een schuldeiser beslag laten leggen op goederen van zijn schuldenaar. Deze goederen kunnen verkocht worden zodat de vordering van de schuldenaar voldaan is. Beslagen kunnen in de afkoelingsperiode tijdelijk worden opgeheven waardoor de ondernemer het eigendom over deze goederen weer terug heeft.

Een borgsteller is een derde wie, naast de schuldenaar, ook aangesproken kan worden op betaling van de vordering. Deze borgsteller valt niet onder de WHOA.

C

Cashflow is de Engelse term voor kasstroom. Met deze term wordt gebruikt om aan te geven hoeveel geld er binnenkomt en ook weer uitgaat. De netto kasstroom is het verschil tussen de ontvangsten en uitgaven gedurende een bepaalde periode of voor een bepaald project. Als de uitgaven groter zijn dan de ontvangsten, wordt van een negatieve kasstroom gesproken. Zijn de ontvangsten groter dan de uitgaven, dan is er een positieve kasstroom.